Column Marja - Over overgang gesproken…

Onlangs mocht ik meewerken aan een interview voor een boek over werkende vrouwen in de overgang. De schrijfster is Saron Petronilia, het boek heet: Alles over werken tijdens de overgang. Vrouwen van nu werken zoveel langer door dan die van de generaties hiervoor, een groot deel van de werkende vrouwen heeft daarom te maken met de overgang en alles wat daarbij komt kijken. Bedrijven hebben de mond vol over vitaliteitsmanagement maar is dat ook afgestemd op deze grote werkende doelgroep en zo niet, waarom niet?

Voorbode
Wij hebben misschien nog altijd het beeld dat de overgang een voorbode is naar de pensioengerechtigde leeftijd en dat je daar maar mee om moet zien te gaan. Maar die pensioengerechtigde leeftijd is voor velen veel verder weg komen te liggen dan voorheen. Het gaat niet meer over het nemen van ongemakken om een werkzame periode te overbruggen naar uiteindelijk volledige vrije tijd. Het gaat nu over een actieve levens- en werkfase waarin door deze groep met deze bijkomende fysieke en mentale veranderingen omgegaan moet worden.   

Uit de vele interviews in het boek waaraan ik meewerkte, kwam vooral naar voren dat vrouwen, zowel in de hoge als lagere functies, aangaven dat deze periode veel meer impact op hen had dan zij hadden voorzien en dat soms zelfs pas achteraf beseften. Sommigen vonden het lastig om het in hun werkomgeving bespreekbaar te maken, wat er zelfs toe kon leiden dat mensen weg gingen of slechter gingen functioneren.

Sterke groep
Feit is dat een derde van het ziekteverzuim onder vrouwen boven de 45 jaar overgang gerelateerd blijkt te zijn. Verzuim waarvan een deel misschien voorkomen kan worden door preventief vitaliteitsmanagement. Bedenk eens waar, door de veranderde tijd, deze groep ook meer dan ooit mee te maken heeft: de zorg die uitgekleed is en er juist van deze mensen meer mantelzorg voor steeds ouder worden ouders wordt gevraagd, meer vrouwen in deze leeftijdsgroep zijn kostwinner dan hiervoor, veranderende technologie en jezelf voortdurend moeten ontwikkelen en dat terwijl er zoveel met jezelf gebeurt. Het is de groep waar misschien het meest van gevraagd wordt, een vaak sterkere groep dan je je soms realiseert. Dan verdient zo’n doelgroep juist een specifiek beleid en dat heeft niets met discriminatie van andere doelgroepen te maken. Het levert verlaging van ziekteverzuim en meer gemotiveerde werknemers op.

Wat is belangrijk in een vitaliteitsbeleid voor deze groep?
Wat zijn zaken waar je in zo’n specifiek vitaliteitsbeleid aan kunt denken? Vrouwen in de overgang hebben niet alleen met fysieke veranderingen te maken maar ook lijken ze een mentale transformatie te ondergaan. Ze worden kritischer op wat ze doen. Zijn ze nog wel zinvol bezig?, vragen ze zich af. Want dat wordt voor hun belangrijker: zingeving en autonomie. Ook hebben ze meer behoefte aan flexibele werktijden.
Over deze zaken met elkaar praten kan al een groot verschil maken. Op deze groep specifiek gericht voedings-, hormoon-en bewegingsadvies is ook belangrijk ter voorkoming van bv. hart- en vaataandoeningen (gevaar nummer 1 voor deze groep).

Het onderwerp heeft mij, als arbeidsmarkspecialist, wel geïntrigeerd en ik denk ook dat bedrijven daar voor hun werknemers een grote (re) rol in kunnen spelen. Waar uiteindelijk iedereen beter van wordt: organisatie en werknemers. Aan onze co creatie hebben wij dan ook een specialist op dit gebied toegevoegd en kunnen wij met bedrijven kijken naar wat een gepast vitaliteitsprogramma voor deze doelgroep kan zijn en dit voor hun inrichten.

Wilt u hier een keer met mij over praten, dan doe ik dat graag.

Marja Beumer, Directeur Projob