Knelpuntberoep zorgt voor knellende kousen

Het Vlaamse zakenblad De Tijd kopte in juli met grote letters: ‘Carrefour betaalt extra voor ontslagen werknemers die knelpuntberoep aanleren’. Nu ken ik Carrefour als een grote, van oorsprong Franse supermarktketen, maar het woord ‘knelpuntberoep’ is mij nog geheel onbekend. Onderzoek met behulp van mijn best friend Google, leert mij dat de term knelpuntberoep vooral door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) veel gebruikt wordt. In Nederland gebruiken wij liever moeilijk vervulbare vacature. Oké, tot zover snap ik het nog. Maar wat maakt een vacature moeilijk te vervullen? Ofwel, wat maakt een beroep een knelpuntberoep?

Wat veroorzaakt deze knelling?

Er zijn drie redenen die er voor kunnen zorgen dat een vacature weinig geschikte kandidaten oplevert. Het kan een kwantitatief probleem zijn, omdat er te weinig mensen afstuderen in de richting van de functie. Maar er kan ook een kwalitatief probleem zijn, omdat er te weinig mensen zijn die over de juiste competenties beschikken. Daarnaast kunnen ook ongunstige arbeidsomstandigheden de reden zijn dat kandidaten niet solliciteren op een functie.

Zorgen met zorgen

Een voorbeeld van een beroep waar al een lange tijd een hevig tekort aan is, is de prachtige functie van verpleegkundige. Dit was dan ook een groot probleem in de jaren dat ik zelf in de zorg werkte. Onze cliënten, ouderen met een psychiatrische stoornis, hadden hulp nodig bij zelfzorg. Als begeleider moest ik hen ondersteunen bij het wassen, douchen, het aantrekken van steunkousen of naar het toilet gaan. Had ik de juiste opleiding en ervaring om deze taken goed en zelfverzekerd uit te voeren? Nee, absoluut niet. Tijdens mijn opleiding als social worker heb ik genoeg handvatten gekregen om hulpverleningsgesprekken te voeren. Maar het wassen of douchen van mensen is niet ter sprake gekomen tijdens de opleiding. Want, zo werd er gedacht, als je interesse meer ligt bij het verzorgen en ondersteunen van mensen op lichamelijk vlak, dan had je voor de opleiding tot verpleegkundige moeten kiezen. Hoe is het dan mogelijk dat ik, zonder dat ik hiervoor opgeleid was, toch mensen uit deze al zeer kwetsbare doelgroep moest ondersteunen in hun zelfzorg? Het antwoord is simpel: er reageerden geen verpleegkundigen op onze vacatures. We moesten dus roeien met de riemen die we hadden, in ons geval waren deze riemen begeleiders zónder opleiding tot verpleegkundige. De slachtoffers hiervan waren uiteraard de cliënten, die dagen rondliepen met knellende steunkousen, omdat deze onkundig waren aangetrokken. Ook zij ervaarden dus soms letterlijk dit knelpunt…

Negatief label

Hoewel ik vaak van mening ben dat het taaltje van onze Zuiderburen mooier is dan dat van ons, (kuisvrouw klinkt toch veel mooier dan schoonmaakster?), slaat de VDAB naar mijn idee de plank mis met het woord knelpuntberoep. Het woord knelpunt wordt al snel geassocieerd met een probleem, ofwel iets negatiefs, waardoor het beroep zelf gemakkelijk negatief gelabeld wordt. Zou het niet beter zijn om een positieve draai aan deze beroepen te geven? Carrefour doet al een stap in de goede richting door mensen die een dergelijk beroep willen leren daarvoor te belonen. Misschien is dit dan het moment om het woord knelpuntberoep voorgoed in de prullenbak te gooien. Juist als er een grote behoefte is aan mensen met een bepaalde achtergrond, wil je deze mensen aantrekken en niet afschrikken met zo’n negatief woord. Uiteraard zijn meerdere factoren bepalend voor de aantrekkingskracht van een functie, maar dit zou naar mijn idee al schelen. Hopelijk zullen meer mensen ook die mooie en positieve kant van het beroep zien en er voor kiezen om zich (om) te laten scholen tot verpleegkundige. Want werken in een knellende functie is vervelend, maar die knellende kousen zijn nog veel vervelender!